Kleuren bepalen hoe wij architectuur waarnemen en ervaren.
Zij kunnen harmoniëren of contrasteren, nabijheid of afstand suggereren, details accentueren of juist egaliseren. Kleuren kunnen nooit los gezien worden van materialen, vormen en structuren en zijn afhankelijk van het invallende licht. Een kleurgeving die niet op de architectuur ingaat, kan - ook als het om een op zich goede kleurcombinatie gaat - tegen de vormen indruisen, deze ontkrachten en het gebouw een zwak, haast verwarrend uiterlijk geven.

Een goed kleurontwerp gaat in op alle aspecten van een gebouw en versterkt waar mogelijk zijn kwaliteiten. Zo wordt de architectuur leesbaar en toegankelijk.

Vroeger: materiaal en tradities vormden de leidraad
In de jaren twintig lieten architecten als Rietveld reeds zien dat het moderne bouwen niet alleen gekenmerkt werd door nieuwe vormen en materialen, maar ook verbonden was met nieuwe kleurtoepassingen. Tot die tijd hadden gebouwen in Nederland vooral de 'materiaalkleuren' van bijvoorbeeld bak- of natuursteen. Hout en ijzerwerk moest wel met verf worden beschermd, maar dit gebeurde doorgaans vrij sober en volgens aan de regio gebonden tradities. Ook beschikte men nog niet over het huidige vrijwel onbeperkte spectrum aan verf- en materiaalkleuren. In combinatie met het conventionele materiaalgebruik ontstond een steeds weer gevarieerd maar toch harmonieus straatbeeld. Bij de kleurkeuze hoefde men dus niet lang stil te staan, binnen het bekende patroon en de gegeven mogelijkheden kon er niet veel mis gaan.

Nu: het dilemma van de onbeperkte mogelijkheden
Tegenwoordig is dit anders: hoe jonger gebouwen, hoe groter de diversiteit aan toegepaste bouwmaterialen en hoe breder het gebruikte kleurenpalet. Het vaak uitbundige en opvallende kleurgebruik roept uiteenlopende reacties op. Het is duidelijk dat de bijna onbeperkte keuzemogelijkheden geheel nieuwe eisen stellen aan onze omgang met kleur. Een bewuste en zorgvuldige kleurtoepassing in de bebouwde omgeving is noodzakelijk.

'Maar kleur is toch een kwestie van smaak?'
De gedachte dat kleur een kwestie van smaak is, wordt helaas maar al te vaak zichtbaar in de bebouwde omgeving in de vorm van ongelukkige of zelfs mislukte kleurtoepassingen. Een deskundig kleurenadviseur werkt vanuit de kennis van kleuren en hun effecten op elkaar en heeft oog voor de onderlinge samenhang tussen kleur, vorm, materialen en de directe omgeving.

Bij een evenwichtig samenspel van kleur en architectuur ontstaat er een mooi, boeiend geheel dat los van persoonlijke voorkeuren of tijdelijke trends door iedereen als passend en vanzelfsprekend zal worden ervaren.

Bij gebouwen die decennia lang het straatbeeld mede zullen vormgeven, die gebruikt en bewoond worden, zou men niet moeten volstaan met het kiezen van 'wat leuke kleuren' uit de vele aangeboden kleurwaaiers. De aan een goed kleuradvies bestede aandacht zal zich altijd terugbetalen.